arrow_circle_hover arrow_circle arrow_down arrow icon_check_input icon_check icon_download_hover icon_download icon_home icon_location_small icon_location icon_mail icon_phone icon_play_hover icon_play icon_print icon_search externlink kartel magic_circles linkedin twitter
array(4) { [0]=> string(74) "https://stichtingantonconstandse.nl/app/uploads/2018/04/Rogier-600x458.jpg" [1]=> int(600) [2]=> int(458) [3]=> bool(true) }
Verhaal | 24/4/2018

Wederkerigheid

Mooi moeilijk woord. Mooi lastig begrip. Waar gaat het over? Iemand die in de gracht is gevallen en dreigt te verdrinken (geen zwemles gehad), is niet geïnteresseerd in het wel in wee van de mensen op de kant. Diegene wil alleen gered worden: een touw, een reddingsboei, een uitgestoken hand. Later, als hij veilig is, met een warme deken om zich heen en hete chocomel onder zijn neus, heeft hij misschien aandacht voor degene die hem gered heeft. En een bedankje is dan op zijn plaats, en misschien wil je dan ook wel de naam van diegene weten, en hem later iets sturen…

Wij ‘redden’ geen mensen in die zin. Zo snel, concreet en theatraal gaat het niet in zijn werk. Maar die uitgestoken hand, ja die bieden we wel. We trekken niet de drenkeling in één ruk op de wal, maar we laten ook niet los, en al duurt het jaren (en neemt een collega het soms over) die hand is er als het goed is altijd. Met welke overweldigende krachten onze cliënten soms worstelen, door welke draaikolken ze naar beneden worden getrokken – wij kunnen het vaak niet helemaal bevatten. En dat is misschien beter ook, want als we dat wel écht konden voelen, dan zouden het mogelijk niet verdragen, en konden we ze niet helpen. Maar ons inlevend vermogen, het meevoelen, de aandacht die we hebben voor het wel en wee van die mensen, daaruit putten we wel om dit werk te kunnen doen. Anders lieten we ze verzuipen, zoals de ‘rest van de wereld’ lijkt te doen.

En soms is het ook heel belonend: wanneer je ziet dat je cliënt echt opkrabbelt. Dat is toch meestal wel door zijn eigen inspanning, maar jij bent er wel steeds bij geweest en – al weet je nooit precies hoeveel – je hebt je bijdrage gehad in dat proces. Op zo’n moment probeer ik wel eens uit of een cliënt inmiddels al ruimte heeft voor ‘de ander’. Jarenlang worstelen met je problemen maakt een mens vaak ook heel egocentrisch . Dat is geen oordeel: diegene heeft als zijn energie nodig om door de crisis, door het leven heen te komen. En zo lijkt het normaal voor hem te zijn geworden dat jij – die ander – steeds aandacht voor hem heeft, zonder zelf iets te vragen. Je kunt dat ook hospitalisatie noemen…. Maar als het zo goed gaat met een cliënt waag ik het wel eens om iets over mijzelf te vertellen, heel simpel: vakantie, gezin, muzikale smaak… Kijken wat de reactie is. Soms vraagt iemand uit zichzelf ook wel eens naar je vakantie of je thuissituatie, en dat vind ik dan meestal een gezond teken. Want uiteindelijk wil je het liefst werkelijk herstel, en dat zou betekenen dat je echt op voet van gelijkheid met elkaar verbonden bent, en wederzijds belangstelling hebt. Dat daar de ruimte voor is, van twee kanten. Echte wederkerigheid. Want de aandacht voor een ander is een teken van gezondheid, van balans. En het hoort ook wel bij de normale omgang tussen mensen, vind ik. Als je allebei op het droge staat.