arrow_circle_hover arrow_circle arrow_down arrow icon_check_input icon_check icon_download_hover icon_download icon_home icon_location_small icon_location icon_mail icon_phone icon_play_hover icon_play icon_print icon_search externlink kartel magic_circles linkedin twitter
Verhaal | 3/5/2019

Rijkdom

Rijkdom is relatief. Wanneer je de achterbuurten van de miljoenensteden in de derde wereld vergelijkt met onze achterstandswijken, leven wij hier in een mild reservaat met een acceptabel klimaat: niemand komt om van de honger, men riskeert geen arrestatie voor een halfje volkoren. Wél zijn er voedselbanken, en ik kom over de vloer bij mensen die met 40 euro per week àlles moeten doen, en soms een dag of vier helemaal niets kunnen kopen, ook geen eten. Shag hebben ze dan vaak nog wel. Want er zijn ook altijd keuzes gemaakt, voordat men echt platzak was.

Het is mijn taak om mensen te helpen die met deze problemen worstelen, en dat terwijl ik in de GGZ werk en ‘dus’ hun psychisch functioneren mijn eerste aandachtspunt zou moeten zijn. Maar de realiteit is, dat gezondheid, psychisch én lichamelijk, nauw samenhangt met opvoeding, opleiding en … inkomen. Vaak vormen al deze ingrediënten één groot en overweldigend cluster, waar elk deelprobleem het geheel lastiger te hanteren maakt. Soms uitzichtloos maakt. Arme ouders, problematisch jeugd, beperkte opleiding, weinig aandacht voor gezondheid, middelengebruik, eenzaamheid: het één trekt het ander mee en om je bij al die zaken ook geestelijk overeind houden…. Ik geef het je te doen.

Dus zit ik vaak met de bankafschriften van mijn cliënten in mijn hand, of kijk ik met hem of haar mee naar het scherm waarop te zien is hoe de uitgaven de inkomsten binnen een paar weken ingehaald hebben. Nog 10 dagen voor het geld binnenkomt en… je staat al rood. En stonden deze mensen bij geboorte al niet in het rood, als je kijkt wat hun kansen waren? Maar vooruit, welgemoed naar oplossingen gezocht! En praktisch is dan de vraag te stellen (want extra inkomsten zijn meestal niet haalbaar): ‘Waar kun je nog op bezuinigen?’ Deze week maakte ik hierbij twee keer iets bijzonders mee.

Een cliënt, een dertiger, geeft aan Greenpeace, 10 per maand. Dát tientje kon hij nu juist goed gebruiken dezer dagen! ‘Moet je dat niet stopzetten?’, vraag ik ‘Je kunt het eigenlijk niet betalen…’. Hij zweeg en ging er niet op in. Even later kwam het weer ter sprake ‘Laat mensen zoals ik die normaal verdienen, hen steunen, jij kunt je dat eigenlijk niet veroorloven. Je moet toch eerst voor jezelf zorgen?’ Hij gaf me daarin wel gelijk, maar trok de automatische betaling niet in. Een paar dagen later zat ik bij en andere cliënt, man op leeftijd, alleenstaand. Elke maand zie ik dat hij nét iets meer uitgeeft dan er binnenkomt, jaarlijks lost hij dat op met vakantiegeld (en dus gaat hij niet op vakantie). Hij geeft maandelijks 15 euro aan de Alzheimer stichting. Dit met hem besproken, ‘Het is een luxe die je je eigenlijk niet kan permitteren’ lees ik hem de les. Hij zegt eenvoudig: ‘Mijn moeder had Alzheimer…’

Ik ben er even stil van, uitgepraat Zo leer je van je cliënten! Bij twee keer cliënten achter elkaar, dat lijkt op een vingerwijzing. Zijn antwoord, kort en kernachtig, is zo welsprekend! Wat zegt het mij? Hij kan iets geven, ook heeft hij niets! Omdat het gaat over iets dat voor hem zwaarder weegt dan zijn onmiddellijke eigenbelang. Dus kan hij geven. Is dat niet ook rijkdom? Nee, niet de rijkdom van onze grenzeloze consumptie en hebzucht, van ons tweede huis, onze drie vakanties per jaar, ons spaargeld en salariseisen. Het is een rijkdom van het geven, een rijkdom met een lege koelkast.